'In het buitenland kent niemand Vlaamse schrijvers'

Luc Huybrechts breekt de literatuur weer eens open

ANTWERPEN - 'Ik woon nu in een dorp van tweehonderdtwintig inwoners op de Franse grens, om aan de kleinheid van Vlaanderen te ontsnappen', zegt Luc Huybrechts. Harde woorden, van iemand die mee het Zuid in Antwerpen gemaakt heeft tot wat het is: trendy en gezellig. Zijn ZuiderZinnen - zondag voor de negende keer - is met 20 000 bezoekers uitgegroeid tot 'het grootste woordfestival van de Nederlanden', oordeelt zelfs de Nederlandse pers.

Gelukkig valt ZuiderZinnen andermaal samen met de autoluwe zondag in de stad, zodat het festival van het woord opnieuw een publiekstrekker van jewelste kan worden. Voor de fijnproevers zijn er auteurs als Philippe Claudel, Kader Abdolah en Remco Campert, voor het brede publiek is er een podium van Studio 100.

En toch is het allemaal begonnen met een kroegbabbel tussen twee schrijvers.
Luc Huybrechts: 'Ik was lange tijd freelancejournalist geweest, maar ik wilde creatief boeken schrijven. Café De Linde was een trendy begrip op het Zuid, maar was een beetje in verval toen ik het zeventien jaar geleden overnam. Mijn bedoeling was er met mijn bezetenheid een literair café van te maken, waar schrijvers met collega's afspraken. Herman de Coninck was een trouwe klant. Ik had de chance dat hij en Benno Barnard er bijna lééfden. Ze waren er meer dan ik. (grinnikt) Dat literair café is wel wat tegengevallen, maar mijn opzet is toch niet helemaal mislukt: het heeft geleid tot ZuiderZinnen.'

Wie was die andere in die kroegbabbel?
'Eddy Van Vliet. Eerst waren we naar de Gentse Feesten geweest, daarna naar het Groot Beschrijf in Brussel. Ik wilde iets organiseren tussen die twee in. Het Beschrijf vond ik te elitair, met steeds weer dat kleine kringetje literatoren. Eddy wilde iets kleins doen, maar ik wilde in een festivalachtige sfeer de literatuur terug naar het volk brengen. ZuiderZinnen is er wel in geslaagd, de literatuur uit dat kleine kringetje weg te halen.'

Zit ZuiderZinnen nu op zijn hoogtepunt qua bezoekers?
'Vorig jaar waren het er 18.000, twee jaar geleden 20.000, door de gelukkige combinatie met de autoluwe zondag. Ik verwacht nu zondag ook zoiets, als we wat chance hebben met het weer. Ach, we dachten toen we de 10.000bezoekers bereikt hadden, dat we aan onze limiet zaten. Dat denken we elk jaar. Maar de zalen kunnen méér volk niet aan. Alleen het publiek voor het buitenpodium met sterren als Flip Kowlier kan blijven groeien. Hoe meer, hoe liever.'

Het Zuid mag u nu dankbaar zijn.
'Tja, dankbaarheid... dat is niet echt een Vlaams woord,hé. Daar is het hier te klein voor. Ook van mentaliteit. Behalve de mensen van de stad Antwerpen zelf. We leven dankzij de stad, het Fonds der Letteren en privésponsors. Maar ik had wel verwacht dat de Vlaamse regering ons meer zou steunen. We hebben toch behoorlijk wat nieuwe ideeën gespuit. Het beste vond ik zelf de Zoo der Zinnen in de dierentuin. We misbruikten bevriende BV's omdat hun naam volk trekt: Marcel Vanthilt, Axel Daeseleire en Antje De Boeck bijvoorbeeld, die hebben allemaal in het begin gratis hebben meegedaan, ter meerdere glorie van de literatuur.'

'Maar van Bert Anciaux hebben we niet echt de steun die ik had gehoopt. We geven toch een voorbeeld van hoe het kan, een groot literair festival dat de boel openbreekt, dat literatuur als een plezant avontuur presenteert. Volgend jaar bestaat ZuiderZinnen tien jaar. Dan hebben we een decennium lang bewezen dat we met betrekkelijk weinig subsidies het 'grootste literaire festival van de Nederlanden, qua optredende artiesten en bezoekers hebben kunnen organiseren. Dan kunnen ze er toch niet langer overheen kijken? Maar neen, iets dat in Antwerpen gebeurt wordt door de rest van Vlaanderen direct als provinciaal bestempeld. We krijgen ook niet overdreven veel aandacht op tv, terwijl we toch een voorbeeld geven van hoe het kan.'

'Het is dus niet toevallig dat Ann en ik naar Torgny in de Gaume zijn gevlucht. Naar la Petite Provence Belge, waar we nu onze bed and breakfast hebben. We wilden nog verder naar het Zuiden, maar de echte Provence was wel heel erg duur. En de Gaume is verrassend mooi. Ik geniet elke dag. Er heerst een microklimaat, ja, en er woont daar geen volk. Ik schrijf en ik schilder, geef literaire cursussen.'

'Ik meen dat we met ZuiderZinnen ons best hebben gedaan. Maar ons hart ligt in Torgny in de Sens du Sud. Wat de letterlijke vertaling is van ZuiderZinnen. Er komen wel wat BV's over de vloer. Het draait goed. De vrienden moeten zelfs in huis slapen want de vijf kamers zijn gewoonlijk bezet. Die rust in Torgny is zo verslavend... We kunnen gewoon niet meer tegen de stress van de stad.'

Ik werk nu aan mijn levenswerk. De afsluiting van de reeks van het Vijfde Testament. Daar probeer ik mijn antinationalistische filosofieën in kwijt te geraken. En ik durf beweren dat ik een specialist ben geworden als het over de vijfde-zesde eeuw gaat. Een fascinerende periode uit de geschiedenis waar zeer weinig over geweten is.
Bijna wekelijks krijgen we mails van Arthur- en graalfans – verbazend hoeveel mensen daarmee bezig zijn - die om een vervolg smeken, maar ik werk slecht onder druk. En ik maak me weinig illusies over het grensoverschrijdende wat je van dit onderwerp toch zou kunnen verwachten. In het buitenland kent niemand Vlaamse schrijvers. Daarbij ben ik ervan overtuigd dat als Tolkien of Rowling in het Nederlands zouden geschreven hebben ze niet eens gepubliceerd zouden zijn geworden. We zitten nog in de dorpse heimat literatuur. Daar herkent de Vlaming zich in. Maar goed, dat is geen verwijt hoor. Het is nu eenmaal ook erg klein. Van een landsdeel met de helft van de inwoners van een behoorlijke wereldstad moet je ook dat grensoverschrijdende niet verwachten. En tenslotte is regionaal nationalisme iets van alle tijden. De mens zoekt zijn identiteit in een groep die zich dan weer afzet tegen een andere. Het is geen mooi beeld. Maar de zielige realiteit. Ik hoop dat ik met mijn boeken daar toch een paar mensen over kan doen nadenken. Dat is toch al wat.

Dirk Martens
Het Nieuwsblad, zaterdag 20 september 2008

'Onze burgemeester is voor mij gewoon Patje'

'Noem mij gerust een populist'

ANTWERPEN - Luc Huybrechts is ex-cafébaas, schilder, muzikant, romanschrijver en dichter. Tevens verblijdde hij, broer van Carl, de literaire wereld met een heus Boekenbal en ZuiderZinnen, een 'festival van het woord' op het Zuid in Antwerpen dat in vijf jaar tijd tot een begrip uitgroeide. 'Literatuur is in Vlaanderen een reservaat waar alleen neerlandici binnen mogen', meent Huybrechts. 'Wij moeten de literatuur teruggeven aan het volk.'

Waar woont Luc Huybrechts? In de Boudewijnstraat, uiteraard, maar wat was ook weer het huisnummer? Shit, vergeten. Gelukkig merken wij vrijwel onmiddellijk een raam op waarachter een ZuiderZinnen-affiche hangt. Wij bellen aan, maar de man die opendoet, lijkt volgens ons in de verste verte niet op Luc Huybrechts. Als we de man vertellen dat we op de affiche afgingen, lacht hij smakelijk. "Kijk toch eens even rond, heren. Iedereen in deze straat heeft die affiche uitgehangen."

De man blijkt gelijk te hebben, en eigenlijk hadden we het zelf moeten weten. Dat ZuiderZinnen in een paar jaar tijd kon uitgroeien tot het drukst bezochte literatuurfestival der lage landen is in grote mate te danken aan de welwillendheid van de buurtbewoners, de talloze vrijwilligers, en aan het talent van Huybrechts en zijn lieve vrouw Ann Lauwers om al die brave mensen te mobiliseren voor hun festival. "Daarom geeft ZuiderZinnen me ook telkens weer zo'n geweldige kick", zegt Huybrechts. "De drempel ligt hier heel laag en dat kunnen we zo houden dankzij het werk van vrijwilligers en, niet te vergeten, de goodwill van de zaaluitbaters. Zo mogen wij gebruikmaken van het Museum voor Schone Kunsten, het Zuiderpershuis en de Opera, zonder dat het ons iets kost. Als geboren socialist vind ik het prachtig om te zien hoe mensen voor 2,5 euro vedetten als Kees Van Kooten en Jan Mulder aan het werk kunnen zien."

ZuiderZinnen lokte al van de eerste keer 7.500 mensen. Had u zoiets durven denken?
Huybrechts: "Ik had het gehoopt. Het idee om een woordfestival op het Zuid te organiseren is ontstaan toen Eddy Van Vliet en ik terugkwamen van Het Groot Beschrijf. We wilden iets gelijkaardigs doen in Antwerpen, maar dan voor een breder publiek. Met alle respect, maar uiteindelijk vist Het Beschrijf al jaren in hetzelfde vijvertje van mensen die al literatuurliefhebbers zijn. Wij wilden ook daarbuiten zieltjes winnen."

Dus zette u meteen ook een paar bevriende BV's op het podium.
"Juist. Het idee ZuiderZinnen is ontstaan in de tijd dat ik mijn café nog had, De Nieuwe Linde. Half bekend Vlaanderen kwam daar. Schrijvers als Eddy (Van Vliet, red.) en Benno (Barnard, red.) natuurlijk, maar ook mensen als Antje De Boeck, Bram Vermeulen, Alain Grootaers... Het idee om samen naar buiten te treden sprak hen onmiddellijk aan. En het werkte ook. Het volk kwam even massaal naar Antje De Boeck en Marcel Vanthilt als naar Leonard Nolens en Anna Enquist."

Is ZuiderZinnen een doel op zich, of dient het ook een hoger doel, dat van de leesbevordering bijvoorbeeld?
"De hoofdbedoeling is mensen de weg naar de literatuur te wijzen. Als het alleen maar de bedoeling zou zijn om zoveel mogelijk mensen naar het evenement te krijgen, kon ik net zo goed Clouseau op het Museumplein zetten. In plaats daarvan haal ik liever een paar Nederlandse topauteurs als Mulisch en Wolkers naar hier, ook al kost me dat waarschijnlijk evenveel als Clouseau."

ZuiderZinnen, Het Groot Beschrijf, Saint-Amour en De Nachten zijn samen goed voor minstens 40.000 bezoekers. Helaas vertalen die cijfers zich niet onmiddellijk in de boekenverkoop.
"Dat zou ik niet zomaar durven te beweren. Standaard Boekhandel, een van onze partners, verkoopt tijdens en na ZuiderZinnen flink wat boeken van de optredende schrijvers."

Op voorwaarde dat ze goede performers zijn.
"Dat speelt ongetwijfeld een grote rol. Helaas moet ik vaststellen dat Nederlanders daar veel beter in zijn. Ze weten hun waar te verkopen. Denk aan iemand als Ramsey Nasr. Hij is een beter performer dan ik, dat geef ik graag toe."

ZuiderZinnen is een mix van BV's, kleinkunst en schone letteren. Misschien is het ook wel de toverformule om literatuur op de tv te brengen?
"Daar ben ik heilig van overtuigd. Ik heb ook ooit een voorstel in die zin gedaan aan minister Anciaux. Zorg voor een boekenprogramma in prime time, gepresenteerd voor Marcel Vanthilt en Alain Grootaers, en maak vedettes van de schrijvers. Vandaag hebben we welgeteld drie schrijvers die zich een vedette mogen noemen: Hemmerechts, Lanoye en Brusselmans. Ik ben er zeker van dat je dat assortiment veel ruimer kunt maken. Ik kom zelf vrij goed over in de media. Ik weet dat omdat ik er ervaring mee heb. Helaas komt mijn werk in de media niet of nauwelijks aan bod. De media spelen immers op veilig, en recycleren bijgevolg altijd dezelfde namen."

Bent u tevreden over de media-aandacht voor ZuiderZinnen?
"Niet als het gaat over de televisie. Ondanks de grootte van het festival blijft de aandacht beperkt tot een kort itempje in het Journaal of een kleine verwijzing na een interview met Kristien Hemmerechts. Ik vermoed dat die relatieve desinteresse te maken heeft met een breder fenomeen. Als er iets in Antwerpen gebeurt, bestaat de reflex om het af te doen als iets regionaals, iets voor de regionale kranten en tv-zenders. Terwijl pakweg de Lokerse Feesten steevast veel aandacht krijgen in alle nationale media. Ik heb dat altijd absurd gevonden. Naar ZuiderZinnen komen zowel mensen uit Deurne als uit Nederland. Kijk maar eens na wat bijvoorbeeld de Volkskrant ooit over ons heeft geschreven."

Frustreert dat u?
"Ach, niemand is sant in eigen land. Wat me veel meer stoort, is dat het Vlaams Fonds door de Letteren ons nog altijd niet voor vol aanziet. Als het Fonds één opdracht heeft, dan is dat het volk naar de literatuur brengen. Wij hebben dat op alle mogelijkheden geprobeerd, maar worden daar nauwelijks voor gehonoreerd. Na vijf jaar zwoegen en zweten moeten we het met 6.000 euro zien te rooien. Een peulenschil in vergelijking met wat andere, vergelijkbare festivals krijgen."

Enig idee hoe dat komt?
"Het heeft te maken met dossiers. Ik weet dat sommige collega's iemand in dienst hebben die niet anders doet dan dossiers schrijven. Ik weiger daarin te investeren. Het idee dat ik subsidies zou krijgen om iemand te betalen die niets anders doet dan een subsidieaanvragen opstellen, vind ik nogal absurd."

Over de steun van de stad Antwerpen klaagt u niet.
"Het is mede dankzij de steun van de stad dat ZuiderZinnen nog altijd bestaat, al blijft het allemaal heel fragiel. Luc Coorevits van Behoud de Begeerte heeft het festival eens een reus op lemen voeten genoemd. Hij heeft gelijk. Ik heb sponsors en ik krijg de steun van tientallen vrijwilligers. Maar door de beperkte overheidssteun kan het van vandaag op morgen afgelopen zijn. Maar ik maak dus wel een uitzondering voor de stad. De erkenning van mensen als Patrick Janssens en nu ook Philip Heylen is groot."

Een aantal jaar geleden vertelde u dat u de stad wilde verlaten.
"Volgend jaar ben ik weg. Ik verhuis naar Luxemburg, waar ik me meer zal kunnen concentreren op mijn schrijverschap."

Verdwijnt ZuiderZinnen samen met u?
"Nee, zeker niet. Er zijn al gesprekken geweest met Behoud de Begeerte, het Zuiderpershuis en Antwerpen Boekenstad, al hebben die nog niet tot concrete resultaten geleid. Het is ook niet gemakkelijk om het allemaal zomaar af te geven. Zoals al gezegd: ZuiderZinnen geeft me een grote kick. Het heeft voor mij deuren geopend die anders gesloten waren gebleven. Onze burgemeester is Patje voor mij. Philip Heylen mag ik gewoon Philip noemen. Paul Huvenne, de directeur van het Museum voor Schone Kunsten, is ondertussen een huisvriend."

Na de eerste editie van ZuiderZinnen gingen er al stemmen op om het festival te laten versmelten met Het Andere Boek.
"Dat was een idee van Tom Lanoye. Hij vond Het Andere Boek achterhaald, terwijl ZuiderZinnen de swingende nieuwkomer was. Ik was niet per definitie tegen die fusie. Nu nog altijd niet, al is het op zich niet slecht dat er twee verschillende momenten zijn waarop literatuur in the picture komt. Voor schrijvers en uitgevers zijn zulke momenten extreem belangrijk."

Slotvraagje. Noemt men u weleens een populist?
"Als populist zijn betekent: zoveel mogelijk mensen naar de literatuur proberen te brengen, dan mogen ze mij gerust een populist noemen. Hoe meer mensen literatuur lezen en schrijven, hoe hoger het niveau ervan zal worden. In Vlaanderen wonen vijf miljoen mensen. Ik heb in een stad gewoond waar er dubbel zoveel wonen. Statistisch gezien is het dus logisch dat de vorige eeuw maar twee echt grote Vlaamse schrijvers heeft opgeleverd. Bovendien wordt literatuur hier al te vaak beschouwd als een reservaat waar alleen neerlandici binnen mogen. Als ex- cafébaas en schrijver ben ik jarenlang groot wild geweest voor de academici. Alsof een universitair diploma belangrijk is. Claus en Boon hadden geen diploma's, evenmin als Wolkers, Reve en Mulisch. Zijn dat slechte schrijvers? Daarom zeg ik: breek de literatuur open. Geef de literatuur terug aan het volk. Zoveel groter wordt de kans dat er een gefrustreerde kantoorbediende de pen ter hand neemt en zich tot de nieuwe Nescio ontpopt."

Jeroen de Preter Armand Plottier

Linkeroever Gedichten van Luc Huybrechts is verschenen bij De Arbeiderspers.

Terrasjesmensen

Daar staat Luc Huybrechts op het podium, de founding father van ZuiderZinnen. Zijn act was helemaal rond het thema "Moeder, waarom lezen wij?" gebouwd. Hij las voor uit de boeken die hem tot schrijven brachten (Erik of het klein insectenboek van Godfried Bomans en The Great Gatsby van F. Scott Fitzgerald) en de gedichten die zijn leven veranderden ("Hij had gehoopt dat het zonder herfst kon" van Herman de Coninck). De onderwijzer in Huybrechts werd helemaal wakker, maar het was een onderhoudende, eentje die je uit respect geen bijnaam gaf.

In het Zuiderpershuis was het aanschuiven voor Remco Campert. De tachtigjarige schrijver pakt de zaal helemaal in met zijn recent verhaal "Bestseller", over een 16-jarige jongen die in navolging van Jan Cremer een succesboek wil schrijven, en "Seks met dieren", over een schrijver die betrapt wordt op betrekkingen met een steengeit. Vol mededogen kruipt Campert in de huid van zijn hoofdpersonages en schetst hij een beeld van de kleine mens in al zijn hulpeloosheid. Zijn handen beven tijdens het voorlezen en het rechtop gaan staan om vervolgens te buigen gaat niet meer zo best, maar in zijn schrijven heeft Campert de eeuwige jeugd.

ZuiderZinnen is al tien jaar lang een feest. Een festijn voor de literatuurliefhebber, maar even goed voor de terrasjesmens. Hier geen neurotische bezoekers, het programmaboekje ten alle tijde in de aanslag, maar rustig wandelende en fietsende mensen die genieten. Of dat dan van een schrijversoptreden of van een braadworst is.

Sarah Teerlinck
De Morgen